De eerste keer dat ik naar Estland ging, was in 1990, vlak voor
de onafhankelijkheid van Rusland. De Roebel was nog de munteenheid. Midden in
de winter was het, mensen in lange jassen sjokten traag over de straten, halt
houdend bij de opstapplaatsen van de trolleybus. Toch was Estland Westerser
dan Letland en Litouwen. Dat kwam door de toeristen uit Finland, aangetrokken
door de lage prijzen voor alle geneugtes van het leven. Er waren veel cafés
en winkels in het middeleeuwse hart van de hoofdstad Tallin. Toch stonden oude
panden leeg, met gebroken ramen, flapperende vitrages, en afgebladderde kozijnen.
Ze waren te koop voor nauwelijks duizend Dollar.
Mijn tweede keer Estland is tien jaar later, haast een cultuurschok, aankomend
per ferry uit Helsinki. Tallin staat voor de helft in de steigers, en in ieder
gebouw dat ooit leeg stond, zijn banken, warenhuizen, restaurants. Op straat
loopt iedereen met iets in zijn hand, van een ijsje tot grote tassen net aangekochte
waren. Pleinen en straten hebben terrassen gekregen, en overal is wel ergens
een bierglas te zien. De zon staat laag in Tallinn, en het licht schijnt prachtig
laag en helder op het witte schuim. Geen trolleybus gezien dit keer.
Video
(RealVideo)
Video (Windowsmedia)
Middeleeuws centrum
Een netwerk van kleine straatjes geplaveid met kinderhoofdjes slingert alle windrichtingen op. De bezoeker komt langs het dertiende-eeuwse kasteel Toompea, en langs de Alexander Nevski cathedraal. Deze is gebouwd in de traditionele zeventiende eeuwse Moskou-stijl. Alexander Nevski is geboren in 1220 als de zoon van Prince Yaroslav Vladimir II van Rusland. Nevski wordt vereerd voor zijn overwinning op de Zweden in 1240, vlakbij de rivier de Neva. Het gaf hem zijn bijnaam 'Nevski'.
Alexander Nevski kathedraal
Stadhuisplein
Tallin was een Hanzen-stad. Dat is nog steeds te zien aan de Duitse invloeden in de gebouwen rond het oude Stadhuisplein.